Vluchten kan niet meer!

Vluchten kan niet meer!

En dan is het zover.

Met de taxi en vervolgens via de “artiesteningang” naar de paarse afdeling.

Het is een hele belevenis. Tot nu toe verheug ik me alleen op het bestellen van de maaltijd. Da’s service van de zaak. Of van de zorgverzekeraar, liever gezegd.

Toegegeven: de verpleegkundigen en vrijwilligers op deze afdeling doen er alles aan dat ik deze fase in mijn leven zo luchtig mogelijk
doorkom. Met een grap op zijn tijd. Daar hou ik van. Lachen verlicht, in alle opzichten.

De eerste van de zestien chemo’s is een feit. Ik kan niet meer terug. Het rode goedje druppelt gestaag via de porth-a-cath (het beroemde tappunt aan de binnenkant van mijn arm) mijn tot nu toe betrouwbare lichaam in.

Je bent 45 jaar, denkt je inmiddels lichaam te snappen en dan belazert het je op déze manier! Het leidt een totaal eigen leven. Het is maar goed dat ik dan nog niet weet dat dit gelijk de laatste keer is dat ik mét haar op de stoel zit. De rode Merlot is niet genadig.
Na een week zijn de eerste losse plukken een feit. Hier word ik bang van. Gaat dit werkelijk allemaal met zo’n rotvaart?

Volgens mij hou ik het niet meer bij. De tweede kuur nadert. Dat haar moet eraf. Ik heb het op de heupen. ‘Maar je kan nog prima over straat’, probeert Cor nog. Maar ik wil er niks van weten, want ik weet wat er de dagen na vandaag volgt. Algehele malaise. En dan wordt er niet geknipt en geschoren. Dus hup, met het gezin naar de keuken. Schaar en tondeuse in de aanslag. Eva vindt het een stoute meisjesdroom. De schaar in het haar van je moeder zetten. Cor is vandaag verantwoordelijk voor de finishing touch. Glad en strak. Ik loop naar de spiegel om het eindresultaat te aanschouwen. Ik schrik me dood.

Purple rain, purple rain…

En er werd nog veel meer gehuild.